September.

Het is misschien wel een van de laatste zonnige dagen van het jaar, deze eerste zondag van september.

Wanneer je binnen zit heb je dit niet eens direct door en moeten sommigen zich er misschien zelfs wel even toe zetten om op pad te gaan. Om vervolgens te bemerken hoe goed het is om onderweg te zijn en iets van de rest van de wereld mee te maken zowaar. Langs muren, al dan niet bekleed met klimop,  voorbijrijdend: Geluidswerend en van graffiti voorzien. Stationnetjes waar tevens voorbijgereden of gestopt wordt: Soms overdekt en soms in de open lucht waarneembaar. Stationnetjes die soms onder constructie zijn en soms als splinternieuwe bouwwerken plots tevoorschijn komen aldaar.

Op deze bestemming komt de wind je al tegemoet. Het brengt daarmee direct een zilte zeelucht mee die je, wanneer je diep inademt, alleen nog maar beter ruiken kunt. Iedereen loopt er langs de kustlijn voorbij. Wandelend, pratend of in gedachten verzonken. Op blote voeten of, met zandwerende schoenen aan. Golven die omslaan aan diezelfde kustlijn met mensen die heel bewust in deze golven blijven staan. Het zijn mensen van alle leeftijden en het is bij niemand van hen een kwestie van golven mijden.

Mensen die op het strand zelf zijn gesettled, zijn er ook talrijk. Om hen heen komen de meeuwen steeds dichterbij. Meeuwen waarvan de rode punt op de snavel wel heel erg opvalt in deze nabijheid. Meeuwen die beginnen te schreeuwen en samen voor een kakofonie van geluid aan het zorgdragen zijn. Ik zie mensen in lotushouding zitten: Dwars door alle lawaai en geruis van de zee heen. Het heeft een rustgevend effect.               

Het is als Nepal waar grote chaos, ellende en verwoesting samengaat met rituelen die voor hen weer wat bezinning kunnen bieden. Van de ene ellende in de andere ellende, maar toch ook vredelievend. Wat zou het mooi zijn wanneer deze mindset nog iets meer op andere plekken zijn doorgang vinden gaat.     

Next
Next

Komkommertijd.